2008-07-24
Yvonne van der Pol
Het regent zonnestralen
Ik breng vanuit mijn werk mijn auto weg voor een grote beurt. Mijn fiets ligt achterin, zodat ik geheel volgens mijn goede voornemen om wat meer te bewegen naar huis kan fietsen. Op weg van mijn werk naar de monteur begint het enorm hard te regenen. Geeft niks, ik heb mijn vriend al gevraagd of hij het vervelend zou vinden om mij op te halen als het weer tegen zou zitten en dat vond hij geen probleem. Eenmaal bij de monteur aangekomen, is het ergste van de bui al voorbij en ik besluit mijn vriend niet te bellen, maar toch de 5 kilometer naar huis te fietsen. Dan maar een beetje nat, kom, ik ben toch zeker niet van suiker.Ik ben nog maar net op weg of het begint harder te regenen. Voordat ik het dorp uit ben, ben ik al behoorlijk doorweekt. Gek, normaal zou ik daar heel chagrijnig van worden, maar ik ben eigenlijk verbazend vrolijk.
En plots overvalt het me. Een diep gevoel van geluk. Ik voel me zo rijk, zo dankbaar, fietsend door de regen. Ik ben gezond, ik kan fietsen. Ik heb een hele lieve vriend die me zo op had willen halen en die nu eten aan het koken is, ik ben op weg naar een warm huis, droge kleren en een bord lekker, warm eten. En ik leef in een ideaal universum dat mij deze regenbui gegeven heeft om me dit inzicht, dit stukje geluk te geven. Wat is het leven toch mooi. Nat soms, maar mooi.
Met een gelukkige glimlach en een warm gevoel van dankbaarheid fiets ik verder naar huis. Vlak voordat ik thuis ben, houdt het op met regenen.
